De glazenwasster (kitten{R})
De glazenwasster.
Ze vormt een prachtige uitzondering op de regel in haar vrijwel uitsluitend mannelijke beroepsgroep. Maandelijks zie ik haar welgevormde rondingen voor mijn raam verschijnen, de druipende spons over mijn ramen, de wisser stoer bungelend aan de riem rond haar versleten spijkerbroek. Balancerend op de ladder alsof ze met twee voeten op de grond staat, het lange haar achteloos in een staart over haar rug bungelend, gestoken door de opening achterin haar verschoten baseballcap.
Maar vooral zijn het de bodemloos diepe bruine hertenogen die me in haar fascineren. Die blik, die tegelijkertijd onschuld en geilheid combineert, die volslagen tegenstelling die in haar opeens in harmonie blijkt te kunnen zijn. Die blik die me doet verlangen haar zo blanke huid te teisteren met de zweep, die prachtige borsten te kneden, uit te trekken, te pijnigen tot de tranen over haar wangen rollen en haar vervolgens te troosten, lief te hebben, te bevredigen tot de laatste snik. Ik begeer haar mateloos, en hij weet het.
Ook vandaag weer zie ik dat prachtige lijf voor mijn woonkamerraam verschijnen en ik geniet, ongegeneerd, van het uitzicht. Hij observeert me, pakt me bij mijn haar, trekt mijn hoofd achterover, kust me lang en hevig en fluistert in mijn oor: "Ga naar boven. Kleed je uit, ga op bed liggen met je benen opgetrokken richting raam, en speel met jezelf." Ik bloos bij de gedachte, maar één blik op zijn gezicht leert me dat er geen ontkomen aan is. Ik doe wat hij gezegd heeft. Al snel zie ik door mijn oogharen haar silhouet voor het raam verschijnen. Ik pretendeer niets in de gaten te hebben en ga door met waar ik mee bezig ben. Golven van wellust doorstromen mijn lichaam. Terwijl ze geroutineerd doorgaat met haar werk bereik ik sidderend mijn hoogtepunt. Dan zie ik haar de ladder afdalen, en realiseer me een beetje teleurgesteld dat ze blijkbaar geen interesse heeft om uit te vinden of er nog meer gaat volgen.
Hij komt de slaapkamer binnen. Kust me, fluistert iets liefs in mijn oor, draait me met zachte hand een kwartslag, trekt me even overeind om me de blinddoek en de gag om te gespen, duwt me dan weer terug in de kussens waarvan hij er één onder mijn kont schuift en zet mijn polsen en enkels aan het bed vast. Spread eagle. Tentoongesteld met mijn edele delen prominent gespreid. Hij komt naast me zitten op het bed, kust, likt, streelt, knijpt, slaat me. Opnieuw die golven, kronkelend om de slagen te ontwijken, tegelijk smachtend naar meer. De kleine, leren strokenzweep waar hij me zo liefdevol naar vernoemd heeft bewerkt mijn buik en borsten, de binnenkant van mijn dijen. Het stugge leer bijt me overal, en tegelijkertijd is daar zijn tong die me tot ongekende hoogte opzweept. Ik drijf in alle opzichten.
Dan realiseer ik me met een schok dat we niet alleen zijn. Dat het zijn tong helemaal niet kan zijn. De hoek vanwaar de zweepslagen komen maakt dat onmogelijk. Hij heeft haar binnengelaten, meegenomen naar ons Heilige der Heiligen, binnengelaten tot in mijn altaar. Ik hoor haar hijgen en mompel iets gesmoords dat zelfs ik niet versta. Hij lacht, maakt de blinddoek los zodat ik kan zien wat er met me gebeurt en ik kijk, zie dat ze zich heeft uitgekleed en geknield tussen mijn benen zit. Ze kijkt op en glimlacht en opeens is er van de onschuld in die ogen niets meer over. Ze strekt haar armen uit naar mijn borsten en kneedt ze, knijpt dan fel in mijn tepels wat me een kreet van pijn ontlokt. Verschrikt trekt ze haar handen terug en verontschuldigt zich met een simpele blik. Direct daalt de zweep onbarmhartig op haar roomwitte billen neer. Ze kronkelt, kijkt eerst verbijsterd en daarnaverandert haar blik in pure, ongegeneerde wellust. "Oh, dus dat kun je wel waarderen?" reageert hij schamperend. Ze knikt blozend. "In dat geval zou je misschien liever in haar (blik op mij) positie zijn?" Hij wacht het antwoord niet af, haar blik zegt meer dan 1000 woorden. Snel en geroutineerd maakt hij me los, trekt me van het bed af en dwingt haar er op haar buik op. Ze ligt languit, de benen iets gespreid, armen onder haar borst gevouwen. Ik kniel naast haar, laat mijn nagels over haar rug glijden, pak de zweep die hij me voorhoudt aan. "Toe maar" zeggen zijn ogen. Ik streel haar zachtjes met de leren uiteinden en ze zucht en sluit haar ogen. Langzaam ga ik van strelen over op kietelen, tikkend met de puntjes en dan steeds verder, harder. Steeds als haar lichaam schokt om de klap op te vangen streel ik haar over haar haar, laat ik toevallig mijn vingers over haar borsten glijden waarvan ik de tepels onder haar armen nog net kan aanraken, strelen, pijnigen.
Hard en zacht, pijn en genot, constant wissel ik ze af en ik zie haar wegglijden. Is het subspace? Wellust? Het maakt me niet uit. Zo lang al heb ik haar willen hebben en nu is ze van mij en zal ik het haar laten voelen zoals ze nog nooit iets gevoeld heeft. Hij kijkt toe, maakt hier en daar een opmerking, stuurt me, maar neemt zelf geen deel aan het spel. Ik zou het niet kunnen verdragen hem met een andere vrouw te zien, zoals hij het niet zou kunnen verdragen mij met een andere man te zien.
Het is goed zo, ik weet dat het schouwspel hem mateloos opwindt en straks, veel later straks, zal ik hem op mijn manier bedanken voor zijn onbaatzuchtigheid, zijn liefde.
Het wordt al donker als ik haar uitlaat. Geen woord hebben we gesproken al die tijd, finaal bevredigd hebben we ons aangekleed, steels de striemen op elkaars lichaam bewonderend, maar niet wetend wat te zeggen. Er was alleen maar lust. Haar stem verbreekt de stilte als we elkaar bij de voordeur een laatste maal omarmen. "Dit was... zoiets heb ik nog nooit..." Ik leg mijn vinger op haar lippen. "Het is goed, zo. Je moet maar wat vaker dan eens per maand komen, denk ik." Ze knikt, mompelt iets onverstaanbaars dat eindigt op "...zeker" en verdwijnt, de ladder stoer over haar schouder en dat eeuwige petje op haar hoofd, in de schemering. Terwijl ik de voordeur sluit en het ganglicht uitdoe realiseer ik me dat ik niet eens haar naam weet.
kitten{R}

